Bijbel in 1000 seconden: Aad de Haas 1947: verrijzenis

eerste zondag van Pasen: Beloken Pasen
Waar woont G’d eigenlijk? In de hemel? In een wolk overdag en een vuurkolom ’s nachts? De Tabernakel of de Tempel? G’d woont eigenlijk nérgens en dus…óveral! Mensen kunnen daar niet goed tegen. Zo onkenbaar, verborgen, onzichtbaar. Nergens een standbeeld. Niks om te ‘aanbidden’? G’d woont al vanaf het allereerste begin in woorden, in taal, in àlle talen, in alle verhalen. Hij zelf begint met spreken: ‘Kom eens uit je schuilhoek, Licht!’ En het Licht gehoorzaamt: het kómt. Eeuwen later hoopt men dat Jezus heeft bedoeld: “Dóód, jij bent veel te dónker, opstaan moet een dode, ik kom nu al aan het licht, ik doe het voor”. Paasgeloof is geworden: erop vertrouwen dat het licht van die gerechtigheid ooit àlle dood verjaagt. Wordt vervolgd, A.W.

logo-website