tweede zondag van Pasen: Goede Herder
Jezus zegt dat Hij (de) een goede herder is. Zijn alle andere herders dat dan niet? Zo zit het niet. Het eerste Testament laat ons kennis maken met Jezus’ voorvaderen. Die wonen in tenten. Ze trekken rond, o.a. met hun ‘wolvee’. Iedereen hoort bij de groot-familie: volwassenen, kinderen, klein-en achterklein-kinderen en alle aangetrouwden. Zo zorgt men voor elkaar. Die families groeien uit tot ‘stammen’. Twaalf telt de bijbel er: het volk van G’d. Dagelijks gaan herders hun kudden weiden. Zij hebben een staf en een slinger met steentjes. Een ‘goede’ herder is altijd op zoek naar dat ene, te ver weg verdwaalde, ‘schaap’. Zijn ‘schapen’ van vandaag brutaler? Zou Jezus die nu moeten weiden met behulp van ook een paar blaffende bordercollie’s? Wordt vervolgd, A.W.

logo-website