Exodus 12: 21-51-Het geschiedt op de helft van de nacht: de ENE heeft geslagen alle eersteling op het land van Egypte, van de eersteling van Farao die zetelde op zijn troon tot de eersteling van de gekerkerde in het huis met de put; en alle eersteling van het vee.’ Lourens Alma Tadema (1836-1912 Detail: De eerstgeborene van Farao

Zondag 12 april 1e Paasdag
Hoe kan het: sterven èn opstaan? Wie te maken heeft met geliefden die stierven weet hoe dat is, sterven, gemis, hels verdriet maar ook flarden van opstaan. Geliefden hoor je, zie je, hun stemmen zijn om je heen, soms als een warme mantel waar dan weer wel alle knopen vanaf zijn gesprongen. Nooit meer zoals het wás! Dat ópstaan is bevrijding uit de diepste duisternis van het graf. Diep als het graf zo wordt in Exodus verteld, was de ellende van de slavernij. Bevrijd moest er worden, opgestaan! Maar Farao is geen makkelijke jongen: zijn hart en zijn verzet worden steeds harder! In het verhaal ontbrandt er een strijd tussen  die zonnekoning van Egypte en de Eeuwige die schepper is van hemel, zee en aarde, èn van alle grote en kleine lichten aan de hemel! Wordt vervolgd A.W.

logo-website