Trinitas tot Advent

Ada Waalboer

Zondag 22 november 2020-25ste na Pinksteren

Ongelovigen trekken op de ochtend van de Sabbat er op uit om het dagelijks brood te verzamelen. Maar het is er niet. De Eeuwige zucht: ‘Tot wanneer weigert ge mijn geboden en mijn leringen te bewaken?’ Bewaken is méér dan domweg ‘doen wat er gezegd wordt’. Dat zou nieuwe slavernij zijn. ‘Bewaken’ betekent dat een mens zich met hart en ziel verbindt aan de Eeuwige. Leven met elkaar wordt door de geboden en regels geordend zodat de mens op G’d kan vertrouwen. Altijd. Veertig jaar duurt de leerweg in de woestijn. Want de Eeuwige wil dat de mens Hem uit vrije wil aanbidt. De mens mag zelfs geen slaaf worden van zijn eigen, vrije, wil. Rabbijn Sacks zegt het zo: ‘G’d gaf de mensheid de vrijheid om te groeien. Maar dat betekende onvermijdelijk dat de veranderingen van menselijke aangelegenheden heel langzaam zouden gaan.’ Ook het durven vertrouwen op de Eeuwige.

Heftige discussie over de Leerweg–
Carl_Schleicher 1825-1903

Zondag 15 november 2020 – 24st na Pinksteren

De engelen in de hemel, zo zegt een oud verhaal begonnen uitbundig te zingen. Maar de Eeuwige bestrafte hen: ‘Zwijg! Zij die daar verdrinken, zij zijn óók mijn schepselen!’. Het  vertrouwen in de Eeuwige èn in Mozes zijn dienaar is  nú overweldigend groot. Was het maar waar dat de krachtmeting tussen Mozes en het volk daarmee ook voorbij  is.  De zuster van Mozes zingt het loflied. Dát is gezang 151. Maar in de woestijn begint het geklaag opnieuw. Het water bij Mara is bitter. ‘Je laat ons doodgaan van de dorst!’ De ENE hoort hen. Een stuk hout, gegooid in de stroom,  het water wordt zoet. Het gebeurt: niks te eten?  Het volk verlangt terug naar ‘de vleespotten van Egypte’. De Eeuwige stuurt een regen van ‘dagelijks brood.’ Mét  kwakkels. Niets mag overblijven tot morgen, behalve als het dan Sabbat is.

Manna – Gusta Fucikova (1903-1987)

Zondag 8 november 2020 –  23ste na Pinksteren

Nog is de tweestrijd van de machten tussen G’d en Farao niet ten einde. De krachtmeting tussen het volk en Mozes ook niet. Niemand dichtte een krachtiger beeld dan Jan Wit:  ‘Hij heeft ons verlost en Hij ging met ons mee en wie ons vervolgden wierp Hij in zee met vliegende vaandels en blinkende zwaarden met wagens en paarden’. (gezang151 in het Liedboek). Adriaan Schuurman dirigeerde het lied in 1981 zelf op de  Liedboekdag  (Oude Kerk, Amsterdam) ’Niet zo voorzichtig!’, riep hij al dirigerend, vanaf de kansel. In 4 verzen gaan de wagens, de paarden, de vaandels de zwaarden ten onder. En Jan Wit dicht in het vijfde vers: ‘Zo gaat het van doodszee naar levensjordaan, en zingende moeten het water in gaan, met slaafse ellende en vorstlijke waarde, de mensen der aarde.

Lucca (Toscane) San Frederiana – Het Egyptische leger trekt door de Rietzee -Doopvont ca. 1200

Zondag 1 november 2020 – 22ste na Pinktsteren

In de ogen van Farao is het volk gevlucht. Vluchtelingen zijn ze geworden, de slaven van Egypte. Ze hebben naar Mozes geluisterd, maar hebben ze ook de stem van de Eeuwige gehóórd?   Zullen ze, zoals Mozes voor altijd ‘zwervers te gast’ worden?  Nergens ‘thuis’? Hoe is Hij dan, de  ENE, die hen in wolk en vuur voorop gaat? De Rietzee dwingt hen met overdonderende geraas tot staan. In hun rug het gekletter van het aanstormende Egyptische leger. Er is niets dan wanhoop. ‘Mozes wat heb je gedaan?  Gaan we sterven in de woestijn? Had ons dan maar in Egypte gelaten!’. Mozes dondert: ‘Je zult ze nooit meer zien, die Egyptenaren. De ENE zal voor u strijden en ú hebt te zwijgen!’  Geldwolven met lekke rubberen bootjes en ondeugdelijke reddingsvesten komen er niet. De zee loopt leeg. Gods engel voorop èn achter hen aan. Zij gaan er doorheen.

Doortocht door de Rietzee – Karin Kraus Tanzania 1989

 

Zondag 25 oktober 2020 – 21 ste na Pinksteren

Mozes was 40 jaar prins van Egypte, 40 jaar herder bij Jethro en geeft 40 jaar leiding aan het volk. 40 Jaar jaar staat voor groei, ‘volwassen-wording’. Drie generaties na Aartsvader Jakob hebben in Egypte gewoond. De vierde trekt in het 30ste jaar weg. Zal de vijfde de vervulling van de beloften meemaken? De nacht van vertrek is nog vol van voorschriften om te moeten onthouden wat nu gebeurt. G’d leidt hen niet over de kortste weg, ‘anders worden ze verleid tot spijt, als ze de strijd zien, keren ze terug naar Egypte’! G’d laat hen afbuigen over de weg door de woestijn naar de Rietzee. Ze reizen in groepen van 50 mensen. Mozes is de belofte aan Jozef niet vergeten: zijn beenderen worden meegedragen, weg uit Egypte. De ENE trekt mee op, overdag in een wolkzuil, ’s nachts in een wolk van vuur.

Zondag 18 oktober 2020 – 20ste na Pinksteren

Vlak voor het volk Egypte uittrekt zegt de Eeuwige tot Mozes dat ieder die vertrekt geschenken moet vragen aan zijn naaste buren, geschenken van zilver en van goud. Vreemder kan het niet. Toch gebeurt hier iets bijzonders. Als de bevrijding eindelijk in zicht is, en als men bij zijn buren vraagt om geschenken dan wordt elk flintertje persoonlijke relatie versterkt. Heb je een geschenk van iemand gekregen dan zul jij, noch  de ander, snel over gaan tot het nemen van wraak. Zeker niet als het geschenk van zilver of goud ook nog waarde heeft: je kunt het zelfs als ruilmiddel inzetten. Zelfs voor je leven! Hoe komt deze passage hier? De bijbelauteurs die de vroegste geschiedenis opschrijven waren er niet bij, maar hebben wel de ervaring van hun eigen tijd. Je hoeft je er niet aan over te geven. Wraak kan worden beteugeld!

Luisterend naar Mozes

Luisterend naar Mozes

Zondag 11 oktober – 19e na Pinksteren.

Zo gaat het in een bijbelse vertelling vaak. Eerst de hoofdzaak, daarna alle details. Voor de 10e keer weigert Farao Israëls vertrek. Een nieuw jaar breekt aan. Op de 14e dag na de nieuwe maan wordt met bloed van een geslacht dier de letter ‘hee’ aan de bovendorpel en deurposten gestreken, de 5e letter van het Hebreeuwse alfabet. Die letter komt 2x voor in de Naam van de Eeuwige. De verbinding tussen ‘hemel’ en ‘aarde’? De maaltijd die het volk moet eten wordt ‘Pesach’ genoemd: vlees in vuur geroosterd en ongegiste matzes samen met bittere kruiden. Gereed moeten ze staan voor de reis. De Eeuwige zal zélf oversteken naar Egypte. Overal waar de ENE passeert wordt dood en verderf gezaaid. De huizen van het volk blijven ongemoeid. Het volk zal het tot in eeuwigheid moeten blijven doen: het woord Pesach bewaken. Dan zal de bevrijding uit ‘Faraonië’ nóóit meer vergeten worden. 

Middeleeuwse afbeelding van de Pesach maaltijd, bron onbekend

 

Zondag 4 oktober – 18e na Pinksteren

De tien plagen zijn steeds teken of wonder. Teken als G’d hoog uitsteekt boven de Egyptische magiërs. Wonder als een magisch verschijnsel niet herhaald kan worden. Twee plagen waren gericht tegen ‘vreemde goden’. Die zijn  in vergelijk met Israëls G’d volstrekt machteloos. Gaat  de G’d van Israël met jou in zee, hoed je dan voor ‘afgodendienst’. Wat zijn vandaag onze ‘afgoden’? Een  Tv-programma in januari 1964 veroorzaakte grote verontwaardiging. Biddend werd de Televisie verafgood. De rapen waren gaar. Ondertussen was het nieuwe medium wel onder kritiek gesteld! Egypte aanbad Ra als God van de Zon. De alleen heersende Farao was zijn  ‘zoon’ op aarde. De 9e plaag van de duisternis, zegt Rabbijn Sacks, laat zien dat er ook ‘morele’ duisternis bestaat.  Want hoe gaan wij om met onze eigen kinderen en die van anderen? 

‘ Mozes en Aaron met de tien geboden’
Aron de Chavez ca. 1675
Hebreeuws met Spaanse vertaling.

Zondag 27 september – 17e na Pinksteren

De verzwaring van het werk betekent ook afgetuigd worden door ‘de drijvers’. Zo doet een huidige dictator nog altijd om een onwillig volk onder de duim te houden. Het volk saboteert. Mozes en Aäron roepen: ‘Vertrouw op G’d, op ‘éérlijk duurt het langst’! Door ànders te doen stellen jullie óns in een kwade reuk! Farao zal ons nog dóden!’ Mozes klaagt ook tegen de Eeuwige: ‘Ik bén bij Farao geweest, héb in uw Naam gesproken. Maar Gij hebt uw volk niet bevrijd!’ De Eeuwige spreekt in niet mis te verstane woorden: ‘Het gaat niet alleen om het volk’. Mozes en ook Farao zullen merken met wie zij van doen hebben. ‘Met Mij, de ENE’. Het volk vertrouwt het niet. Als het volk niet naar hem, Mozes, luistert, zal Farao dat dan wel doen? De Eeuwige is onverbiddelijk: ‘Uitleiden zúl jij hen!’ 

Meer en meer Tichelstenen – bron onbekend

Zondag 20 september – 16e na Pinksteren

De tweekamp tussen de machten van G’d en van Farao brandt los. Mozes zegt tegen de oudsten van het volk dat de ENE hun ellende heeft gezien en gehoord.  Mozes en Aäron zeggen daarna tegen Farao dat hij de gemeente van de ENE moet laten gaan zodat ze ‘voor mij feestvieren in de woestijn.’ Komen ze weg met deze boodschap? Farao heeft een dubbel antwoord: ‘Die God ken ik niet, en ook zend ik Israël niet uit.’ Er wordt met ‘Israël ’verwezen naar de afstammelingen van Aartsvader Jakob Bij familieaangelegen-heden blijft hij ‘Jakob’ heten, maar in zaken van algemeen belang heet Jakob ‘Israël’. Mozes en Aäron protesteren. Farao vindt dat die twee leiders het volk opstoken,  onhandelbaar maken. ‘Vooruit, aan je werk! Niks ‘feestvieren’, niks ‘offeren’ in de woestijn.’ Die onhandelbare slappelingen wordt afgestraft: er moet veel harder gewerkt worden! Wordt vervolgd. A.W. 

Farao wijst Mozes en Aäron keerop keer woedend weg. James Tissot (1836 – 1902)

Zondag 13 september – 15e na Pinksteren

Hoe ánders de ENE is, moet worden ingeprent. Hoeveel kracht is er niet nodig om  de verstokte Farao te bewegen om: ‘G’ds zoon, zijn eersteling’, te laten gaan. Naar de vrijheid die niet is: ‘Doen waar we zin in hebben’ of ‘Zeggen wat we willen’. Maar: om Hem te kunnen dienen. Hier is Israël, Gods Zoon, Zijn eersteling. Eeuwen later (Mt. 3: 17) bij Jezus’ doop: ‘Dit is mijn zoon, de geliefde’ en nog later (Joh. 3: 16): G’d heeft de wereld zó lief dat hij de zoon, de eniggeborene, geeft opdat ieder die in hem gelooft niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. Wie hebben dat, en wanneer, gedaan:  Jezus uit ‘Gods zoon, zijn eersteling’ losgepeld en daarmee de hele bijbel op het spel gezet? Wordt vervolgd A.W.

Mozes, in het wit gekleed, spreekt tot Farao, Aäron wijst op hem – James Tissot (1836-1902)

Zondag 6 september – 14e na Pinksteren

De tweekamp tussen Farao en de G’d van Israël, voltrekt zich in 10 plagen. Is dat toenemende wreedheid van G’d? In tegendeel. Egypte is angstland geworden, ‘Faraonië’, zegt Willem Barnard. De tweekamp is bittere ernst, de uiterste grens van leven en dood. Zó vernietigend is de onderdrukking, de slavernij, waar de Hebreeën onder lijden. Zij zijn door Farao beroofd van hun menselijke eigenheid als beeld van G’d. Ook Farao is beeld van G’ d. Maar: waar hoor je thuis? De boom in het midden van het Paradijs heeft twee kanten: kennis van goed èn kwaad. De bittere, kwade macht van Farao moet gebroken worden. Niemand mag ooit zeggen: ‘Die slavernij van jullie? Ach jôh, dat viel best mee!’ Dan wordt de overweldigende macht en de bevrijdende kracht van G’d gekleineerd. Daarom staat er dat de Eeuwige het hart van Farao telkens verhardt. Wordt vervolgd A.W.

 

Kennis van Goed en Kwaad

 

Zondag 30 augustus – 13e na Pinksteren

Tsippora is de vreemdelinge die de krachtmeting tussen de Eeuwige en Mozes doorziet. Zullen beiden tot in het uiterste op elkaar vertrouwen? Mozes leek deugdzaam in zijn bescheidenheid: ‘Ik ben niet geschikt!’ Bij herhaling. Maar Mozes twijfelt daarmee óók aan de bedoeling van de Eeuwige. Heeft Hij Mozes zomaar aangewezen? Rabbijnse bronnen zeggen dat de mens zijn goddelijker roeping niet hóeft te beamen! G’d is..geen slavendrijver! Maar twijfelen aan de keuze van G’d….dat kán niet. Mozes heeft wel ‘ja’ gezegd tegen zijn roeping maar hoe betrouwbaar zal zijn vertrouwen op de Eeuwige blijken te zijn? ‘Als die van Israël’, antwoordt Tsippora met de besnijdenis van haar zoon: ‘Ik, als zijn vrouw, sta voor hem in.’ Anders, beseft Tsippora, zal hún eersteling sterven. En dan te bedenken dat de getuigenis van een vrouw eigenlijk niet telt. Wordt vervolgd. A.W.

 

Mozes en zijn Ethiopische vrouw Tsippora.
Jacob Jordaens (1593-1678)

 

Zondag 23 augustus – 12e na Pinksteren

Eerst is er een uiterste krachtmeting tussen de Eeuwige en Mozes. Mozes heeft tenslotte zijn roeping om het volk uit Egypte te leiden aanvaard. Hij kwam uit Egypte en gaat er naar terúg. Blijft hij de ENE trouw of wordt het weer Egypte? Tegen Farao moet hij zeggen: ‘Mijn zoon, mijn eersteling is Israël, laat hem gaan om mij te kunnen dienen. Zo niet, dan vermoord ik jouw zoon, jouw eersteling!’ G’d zegt: ‘Ik ben geen god die kinderen doodt, Farao, jij wel, en Mozes, als jij niet gáát, óók! Tsippora begrijpt onmiddellijk wat in het geding is. De Eeuwige wil als énige de trouw van Mozes. Zij besnijdt onmiddellijk hun zoon met een stuk rots en met diens voorhuid raakt ze Mozes’ voeten aan. Zo zijn vader en zoon voor altijd besneden, toegewijd, en is Mozes de rots waar de Eeuwige op bouwt. Wordt vervolgd. A.W.

Ging dat zo, die besnijdenis? Alle ‘haast’ is daaruit verdwenen! Perugino en Pintirechhio , fresco in de Sixtijnse Kapel in Rome – ca. 1482

Zondag 16 augustus -11e na Pinksteren

Zonen? Er is er toch maar één? Is Tsippora zwanger? Of is  Eliëzer, ‘De Heer is mijn hulp’, al geboren? Ze rijden op ezels. Zoals Abraham die met zijn ezel op weg gaat naar de berg Moria omdat hij denkt Isaak te moeten offeren.  Tien van de twaalf zonen van Jakob hebben in Egypte ooit voedsel gekocht, van de elfde zoon die ze niet als hun broer Jozef herkennen. Op ezels brengen ze dat voedsel terug naar hun vader. Machthebbers op ezels? Die zoeven meer rond in verlengde limousines met geblindeerde ramen, een bar en Tv ‘aan boord’. Zo’n vast gebonden ezel losmaken, zoals op Palmzondag, werd nog dit jaar vergeleken met een Koning op onze fiets! Let dus in Bijbelverhalen op alles, op het kleinste woordje. Daarin zit de betekenis. En Mozes? Het wordt niet verteld. Hij loopt de krachtmeting tussen Farao en G’d tegemoet. Wordt vervolgd. A.W.

De ezel van Mozes – bron onbekend

Zondag 9 augustus – 10e na Pinksteren

Vier keer komt de Eeuwige de twijfelende Mozes tegemoet: ‘Niet bang zijn Mozes, Ik ben aan je zijde’. Als Mozes de 5e keer zegt dat de Eeuwige toch maar beter een ander voor dit karwei kan zoeken ‘ontbrandt de toorn van DIE-ER-ZAL-ZIJN’. Maar: zonder straf! G’d zet Aäron naast Mozes. ‘Hij zal jou zijn tot mond en jij zult hem zijn tot G’d!’. De van zijn voetstuk gevallen Egyptische prins die Jethro’s herder geworden is, moet voor zijn broer Aäron zijn ‘als G’d’? Ga er maar aan staan! De Eeuwige voegt er aan toe: ‘en deze staf neem je in je hand: daarmee doe je de tekenen’. Geen twijfel of onzekerheid meer mogelijk. Vijf keer twijfel, aarzeling, vormt de totale omvang van de Tora. Mozes gaat met zijn vrouw en zonen op reis. Naar Egypte. Wordt vervolgd. A.W.

Zondag 2 augustus – 9e na Pinksteren

De derde weigering vormt het middelpunt van vijf. De Eeuwige wijst op de herdersstaf . ‘Gooi ‘m neer, Mozes’! De staf wordt een slang. Waar twijfelt Mozes aan? Aan zichzelf? Aan G’d? Dat mag altijd. De slang is de verleiding om niet naar de roeping te luisteren! Mozes wordt bang en deinst terug. Maar G’d zegt: ‘Grijp ‘m bij zijn staart’. Mozes begint G’d te vertrouwen. Hij doet het. De gevaarlijke slang wordt weer zijn staf. Twijfelen aan het volk? Dat mag niet. De Eeuwige vraagt Mozes om zijn hand in zijn kleed te steken! Die blijkt melaats. Zo moet het zijn met de macht van een (Joods) leider: ’een leider hoeft geen geloof te hebben in zichzelf, maar hij moet wel geloof hebben in het volk dat hij leidt’( zegt Rabbijn Sacks). Wordt vervolgd. A.W.

Voor de ogen van Farao verandert Mozes zijn staf in een Slang – James Tissot 1936-1902

Zondag 26 juli – 8e na Pinksteren

Exodus maakt deel uit van de ‘wording’, de schepping voorbij, richting de geschiedenis van G’d en mensen. Wie moet er dan iets of iemand worden? Vooral G’d. Mensen moeten Hem niet alleen leren kennen, begrijpen, maar ook zijn beloften leren vertrouwen: Hij zal hen brengen naar een land dat overvloeit van melk en honing. Dat wil de Tora: ‘Vertrouw op déze G’d, op deze ENE, en jij mens, zult léven.’ (Deut. 6:7-9). Het gaat om het uitzonderlijke van deze G’d. Dat moet worden ingeprent. Dat valt niet mee. Mozes denkt er ook het zijne van. Wil déze G’d echt met hem in zee? Hij weigert heel beleefd: ‘Wie ben ik dat ik dit doen zal/kan?’; ‘Zullen zij me wel geloven?’; ‘Ze gaan me niet geloven’, ‘Ze zullen me niet horen want ik ben geen man van woorden’. De Eeuwige zegt: ‘Ik zal steeds aan jouw zijde zijn’. Wordt vervolgd. A.W.

‘Mij gaan ze niet geloven’! Uit:’ Op weg’ – Boukje Offringa Illustratie Lika Tov.

Zondag 19 juli –7e na Pinksteren

Farao sterft. Hebreeën schreeuwen hun ellende naar G’d. De Eeuwige ‘gedenkt zijn verbond met Abraham, met Isaak en met Jakob’. G’d zoekt nu herder Mozes op. Niet zomaar ‘ergens’, maar dichtbij de berg die van G’d zal blijken te zijn. Er brandt een doornstruik, die niet verteert. Mozes wijkt van zijn weg af, gaat kijken. De Eeuwige ziet dat Mozes afwijkt. En roept: ‘Mozes!, Mozes! Het gaat om bij name geroepen worden door de Naam en om antwoorden. “Hier ben ik’ zegt Mozes. Hier is de ‘zwerver te gast’ die helemaal niet zeker weet wie hij (geworden) is. Mozes komt dichterbij. Niets mag er zijn tussen de voeten van de mens en de heilige grond. Schoenen uit dus! Ook deze mens is, volgens Genesis, gemaakt ‘naar Zijn beeld en gelijkenis’. Wordt vervolgd. A.W.

Byzantijnse Mozaïek : ‘Trek je schoenen van je voeten want de plaats waarop je nu staat, – heilige grond is dat!

Zondag 12 juli – 6e na Pinksteren

De Egyptische prinses noemt hem ‘Mosje’, ‘Kind, jou heb ik uit het water getrokken’. Prins Mozes ziet dat een Hebreeër onrechtvaardig behandeld wordt. Hij noemt de Egyptische dader:

géén man!’ Hijzelf doodt de Egyptenaar. Beseft Mozes Hebreeër te zijn? Een mens doden om onrecht te lijf te gaan? Door te doden houdt Mozes zelf op een ‘eervol man’ te zijn. Hij vlucht voor zijn verantwoordelijkheid: ‘en verbergt hem (de dode) in het zand’. De prins wordt verklikt aan Farao en neemt de benen. Hij wordt pas weer ‘man’ als hij de dochters van Jethro redt uit de handen van aanvallers. Mozes krijgt Tsippora tot vrouw. De eerstgeboren zoon wordt Gersjom genoemd naar ‘een geer’ want Mozes beseft: ‘een zwerver te gast ben ik geworden in een land dat mij vreemd is’. Wordt vervolgd   A.W.

Tsippora (‘vogeltje’)
Sandro Botticelli (1445-1510)

 

Zondag 5 juli – 5e na Pinksteren

Farao zegt dat vroedvrouwen pas geboren Hebreeuwse jongetjes moeten doden. Machtsmisbruik kan rekenen op burgerlijke ongehoorzaamheid: Siffra en Pua piekeren er niet over! Zijn zij ‘Hebreeuws’ of ‘Egyptisch’? In de tekst kan het allebei. Ik houd het op ‘Egyptisch’. Hún verzet tegen het ‘misdrijf tegen de menselijkheid’ wordt er gróter van. Farao’s hekel groeit ook: ook pas geboren Egyptische jongetjes moeten worden gedood. Mozes wordt door zijn moeder in het riet van de Nijl gezet. In een mandje met een deksel. Dat arkje, G’ds levensteken, dobbert bovenop de brede, machtige Nijl, het Egyptische levensteken. Hoe zo vluchtelingen in gammele bootjes in zee? Welk teken gaat hier ‘winnen’? De dochter van Farao vindt het jongetje. Hij groeit op als Egyptische prins, wel gezoogd door zijn, ijlings ingehuurde, eigen moeder. Wordt vervolgd. A.W.

Mozes wordt gevonden tussen het riet van de Nijl door de dochter van Farao – Alam Tadema
(1836-1912)