Protestantse Gemeente Westervoort

Farao wijst Mozes en Aäron keerop keer woedend weg. James Tissot (1836 – 1902)

Zondag 20 september – 16e na Pinksteren

De tweekamp tussen de machten van G’d en van Farao brandt los. Mozes zegt tegen de oudsten van het volk dat de ENE hun ellende heeft gezien en gehoord.  Mozes en Aäron zeggen daarna tegen Farao dat hij de gemeente van de ENE moet laten gaan zodat ze ‘voor mij feestvieren in de woestijn.’ Komen ze weg met deze boodschap? Farao heeft een dubbel antwoord: ‘Die God ken ik niet, en ook zend ik Israël niet uit.’ Er wordt met ‘Israël ’verwezen naar de afstammelingen van Aartsvader Jakob Bij familieaangelegen-heden blijft hij ‘Jakob’ heten, maar in zaken van algemeen belang heet Jakob ‘Israël’. Mozes en Aäron protesteren. Farao vindt dat die twee leiders het volk opstoken,  onhandelbaar maken. ‘Vooruit, aan je werk! Niks ‘feestvieren’, niks ‘offeren’ in de woestijn.’ Die onhandelbare slappelingen wordt afgestraft: er moet veel harder gewerkt worden! Wordt vervolgd. A.W. 

Mozes, in het wit gekleed, spreekt tot Farao, Aäron wijst op hem – James Tissot (1836-1902)

Zondag 13 september – 15e na Pinksteren

Hoe ánders de ENE is, moet worden ingeprent. Hoeveel kracht is er niet nodig om  de verstokte Farao te bewegen om: ‘G’ds zoon, zijn eersteling’, te laten gaan. Naar de vrijheid die niet is: ‘Doen waar we zin in hebben’ of ‘Zeggen wat we willen’. Maar: om Hem te kunnen dienen. Hier is Israël, Gods Zoon, Zijn eersteling. Eeuwen later (Mt. 3: 17) bij Jezus’ doop: ‘Dit is mijn zoon, de geliefde’ en nog later (Joh. 3: 16): G’d heeft de wereld zó lief dat hij de zoon, de eniggeborene, geeft opdat ieder die in hem gelooft niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. Wie hebben dat, en wanneer, gedaan:  Jezus uit ‘Gods zoon, zijn eersteling’ losgepeld en daarmee de hele bijbel op het spel gezet? Wordt vervolgd A.W.