Protestantse Gemeente Westervoort

Tsippora (‘vogeltje’)
Sandro Botticelli (1445-1510)

Zondag 12 juli – 6e na Pinksteren

De Egyptische prinses noemt hem ‘Mosje’, ‘Kind, jou heb ik uit het water getrokken’. Prins Mozes ziet dat een Hebreeër onrechtvaardig behandeld wordt. Hij noemt de Egyptische dader:

géén man!’ Hijzelf doodt de Egyptenaar. Beseft Mozes Hebreeër te zijn? Een mens doden om onrecht te lijf te gaan? Door te doden houdt Mozes zelf op een ‘eervol man’ te zijn. Hij vlucht voor zijn verantwoordelijkheid: ‘en verbergt hem (de dode) in het zand’. De prins wordt verklikt aan Farao en neemt de benen. Hij wordt pas weer ‘man’ als hij de dochters van Jethro redt uit de handen van aanvallers. Mozes krijgt Tsippora tot vrouw. De eerstgeboren zoon wordt Gersjom genoemd naar ‘een geer’ want Mozes beseft: ‘een zwerver te gast ben ik geworden in een land dat mij vreemd is’. Wordt vervolgd   A.W.

Mozes wordt gevonden tussen het riet van de Nijl door de dochter van Farao – Alam Tadema
(1836-1912)

Zondag 5 juli – 5e na Pinksteren

Farao zegt dat vroedvrouwen pas geboren Hebreeuwse jongetjes moeten doden. Machtsmisbruik kan rekenen op burgerlijke ongehoorzaamheid: Siffra en Pua piekeren er niet over! Zijn zij ‘Hebreeuws’ of ‘Egyptisch’? In de tekst kan het allebei. Ik houd het op ‘Egyptisch’. Hún verzet tegen het ‘misdrijf tegen de menselijkheid’ wordt er gróter van. Farao’s hekel groeit ook: ook pas geboren Egyptische jongetjes moeten worden gedood. Mozes wordt door zijn moeder in het riet van de Nijl gezet. In een mandje met een deksel. Dat arkje, G’ds levensteken, dobbert bovenop de brede, machtige Nijl, het Egyptische levensteken. Hoe zo vluchtelingen in gammele bootjes in zee? Welk teken gaat hier ‘winnen’? De dochter van Farao vindt het jongetje. Hij groeit op als Egyptische prins, wel gezoogd door zijn, ijlings ingehuurde, eigen moeder. Wordt vervolgd. A.W.